Staken is geen lolletje

Een moeizaam cao-traject Metalektro

Staking Metalektro

Toen ik nog studeerde in Den Haag nam onze tekenleraar ons weleens mee naar het Gemeentemuseum of naar Scheveningen om naar de lucht te kijken. Lessen waarvan we pas veel later de waarde zouden beseffen. Toen was onze insteek zo snel mogelijk het museum uit en de tram pakken naar de stad om daarna uit te hangen bij het Biljartpaleis in de Wagenstraat. Daar moest ik aan denken toen ik de jongens en meisje richting Malieveld zag gaan. Een vrolijk dagje staken, of was het spijbelen, voor het milieu met toestemming van de schoolleiding en instemming van de trotse ouders. De plaatjes in de media over acties en stakingen tonen steevast een beeld van vrolijkheid. Wapperende vlaggetjes, een partytent met koffiedrinkende mannen en een dweilorkestje met hoempa-muziek want dat doet het zo lekker op beeld. Maar is staken wel zo’n lolletje? Ik vraag het aan Heino die nauw betrokken was bij de acties in de Metaalsector, een sector met 150.000 werknemers. Heino: „Staken is allesbehalve een pretje. Voordat mensen de drempel overstappen om hun werk neer te leggen moet er wel wat aan de hand zijn. Je staat niet voor je plezier om 6 uur ’s-morgens in de kou flyers uit te delen.” Het werk neerleggen kost de stakers geld en dat wordt thuis niet altijd met gejuich ontvangen. Heino vindt dat de bonden in het huidige economische klimaat niet overvragen. Een gegarandeerde loonsverhoging van 3,5%, een loonafspraak waar werkgevers niet onderuit kunnen als het even wat minder gaat, minder flexwerkers en een regeling voor oudere werknemers. Toch is er gedurende zeven maanden gestaakt bij metaalbedrijven in hele land waaronder de kroonjuwelen van de Nederlandse maakindustrie: ASML, Daf, VDL en Fokker. In de bedrijven wordt zeven dagen per week, 24 uur per dag gebuffeld en het gaat fantastisch. Het werk klotst tegen de plinten op. „De mensen zijn boos”, zegt Heino: „Ze zien de btw, de energierekening, de zorgkosten en de prijs aan de pomp stijgen. Ze zijn boos omdat de werkgeversvereniging FME een cao wil opnemen dat bedrijven vrijgesteld kunnen worden van loonsverhoging als het een onsje minder gaat. Ze zijn boos omdat hun oudere collega’s in de fabrieken steeds langer door moeten werken en het bijna onmogelijk is om nog gezond met pensioen te gaan. De bonden zijn boos omdat de FME in de krant met cijfers goochelt, onzin verkoopt, terug onderhandelt, kortom niet erg serieus neemt.” Maar hoe boos mensen ook zijn, niet iedereen staakt mee. Ik vraag Heino hoe bonden ervoor zorgen dat er geen conflicten op de werkvloer ontstaan. Tesnlotte moeten mensen na de acties weer verder met elkaar. Heino: „Door aan de mensen uit te leggen dat we niet tegen het bedrijf staken maar tegen de FME. En door respect te hebben voor degenen die willen werken. Wie wil werken, mag werken, dat is onze houding. Het effect is dat we veel nieuwe leden hebben ingeschreven, ook veel mensen van kantoor. En dat is opmerkelijk. De solidariteit is enorm.” Inmiddels is er een principeakkoord voor de cao Metalektro. Het resultaat lijkt verdacht veel op de tekst die zeven maanden eerder al op tafel lag. Mooi dat het gelukt is, jammer dat stakingen in het huidige economische klimaat nodig waren voor een goede cao. Jammer ook dat de metaalwerkgevers het VNO, de minister en zelfs de minister-president nodig hadden om tot een akkoord te komen. Het is allemaal niet fraai en draagt zeker niet bij aan het imago van de maakindustrie. En dat is onverstandig in een periode waar technisch talent een schaars goed is. Met een beetje meer vertrouwen hadden de sociale partners er gemakkelijk uit kunnen komen. Dat wil zeggen als de partners de maatschappelijke verantwoordelijkheid willen dragen en daar kan na deze vertoning sterk aan getwijfeld worden. Tijd zou ik denken voor een grondige evaluatie.