Wat wil je worden ?

“Wim weet niet wat hij wil worden,” zei zijn moeder. “Hij heeft vmbo-advies en moet kiezen voor een school. Voor een opleiding waar je wat aan hebt want je kunt het niet overdoen.” Ik keek haar vragend aan. “Hoe bedoel je, waar je wat aan hebt? Wim is 12!”  Ze antwoordde: “Een opleiding waarmee hij een baan kan vinden. Maar hoe weet ik nu wat er in de toekomst wordt gevraagd? Een baan voor het leven zit er niet meer in. En als alles door robots wordt gedaan is er helemaal geen werk meer of alleen nog flexwerk.”  Nu wist ik dat haar haar baan bij De Bank niet zeker was dus ik kon me die gedachte wel voorstellen. Maar zo’n vaart zal het niet lopen. Flexibele arbeid is de laatste 20 jaar met ongeveer 1/3 toegenomen. Dat is minder dan wordt gedacht. Als deze trend zich voortzet hebben in 2040, dan is Wim 35, nog drie van de vijf werkenden een vaste baan. Het lijkt soms alsof zelfstandig ondernemerschap en regelmatig hoppen naar een volgende baan de norm is.  De werkelijkheid is anders. Mensen blijven juist langer in een baan. Van alle werknemers wil minder dan 3% voor zichzelf beginnen en meer dan één miljoen Nederlanders werkt flex tegen wil en dank. De verschillen tussen vast en flex zullen afnemen. Gemiddeld wisselen 30-plussers twee keer van functie, dikwijls naar een ander beroep of sector.  Voor Wim is het belangrijk dat hij leert leren zodat hij zo goed mogelijk voorbereid is op verandering van beroep later. “Maar hoe zit het dan met die robots en automatisering, blijft er wel werk?” vroeg de moeder zich af.  De technologische ontwikkeling heeft gevolgen voor de omvang van werkgelegenheid en de aard van het werk. Onderzoekers voorspellen dat in Nederland 2 tot 3 miljoen banen door automatisering zullen verdwijnen. Andere onderzoekers verwachten dat sommige functies overbodig worden maar zij voorzien geen dramatische gevolgen omdat er nieuwe banen ontstaan, de dienstverlening groeit, vergrijzing en deeltijdwerk toeneemt.  De tijd zal het leren. Het is wel waar dat voor veel beroepen een mbo- of hbo-niveau vereist is.  Naast kennis zijn belangrijke vaardigheden voor de toekomst, leren, creatief denken, initiatief nemen, kansen benutten, informatie verwerken, communiceren en samenwerken. Tegen de moeder van Wim zou ik willen zeggen, “kijk wat minder naar de beroepskeuze nu. Met het schooladvies van Wim en zijn leerresultaten is een vmbo theoretische leerweg een fantastische opstap voor een beroepsscholing op mbo- of hbo-niveau later. In het UWV-rapport: Kansrijke beroepen, vind je een mooi doorkijkje naar beroepen die schaars worden. Verder is het is verstandig te kijken welke school die aandacht besteedt aan het ontwikkelen van de toekomstvaardigheden. Maar het belangrijkste is dat Wim zich welkom en thuis voelt op een school. Een omgeving waar leren leuk is!”  Maar dat laatste had de moeder zelf ook al bedacht.

Martin Overbeeke

19 februari 2017

Nooit te oud om te werken

Bij mijn dochter in België lees ik graag lokale kranten en de personeelsadvertenties. Een gevalletje van beroepsdeformatie, ik weet het, maar ik doe er niemand kwaad mee. Zo lees ik dat de Matrassenkoning in Borsbeek een Gerant zoekt, de firma Dumobat een Werfleider en een timmerbedrijf in Hoogstraten een Schrijnwerker. Veel bedrijven in België werven zonder tussenkomst van bureaus, meestal voor vaste voltijdbanen. Hoe anders is de situatie 30 kilometer noordelijker. In Nederland lopen vacatures, enkele grote bedrijven uitgezonderd, via uitzend- en detacheringsorganisaties. Ongeveer 70% van de werkzame beroepsbevolking heeft een vast contract, de overige flex-schil bestaat uit zelfstandigen met en zonder personeel, mensen met een tijdelijk- of nul-urencontract en oproep en uitzendkrachten. De werkloosheid neemt af, maar oudere werkzoekende merken daar weinig van. Neem Kees, een werkloze metaalarbeider, 57 jaar, nog 11 jaar voor zijn AOW. Hij solliciteert zich gek. Soms krijgt hij een afwijzing, meestal hoort hij niets.  Mijn verbazing was groot toen ik in een huis-aan-huis blad een advertentie zag met de tekst: ‘Te oud voor een baan? Niet voor ons, wij zijn per direct op zoek naar 1e automonteurs 55+ (parttime).’ Car Service Direct in Weesp biedt een afwisselende baan, flexibele werktijden, goede verdienste en bij gebleken geschiktheid een vast contract. Dat kan niet waar zijn, dacht ik, en ging op bezoek bij Theo, de directeur. Theo, een karakteristieke man, garagehouder, projectontwikkelaar, lid in de Orde van Oranje-Nassau, kunstliefhebber, heeft een nuchtere kijk op de wereld. Hij belt de sollicitanten, tot hun eigen verbazing, persoonlijk terug. Sommige heeft hij uitgenodigd voor een goed gesprek.  Theo: “Ik heb een paar jonge monteurs lopen en dan is een oudere monteur goed voor het team.” Waarom werkt Theo niet met flexcontracten en bureaus, zoals de meeste MKB-collega’s? ‘Waarom doen bedrijven dat?’ vraagt hij en geeft zelf het antwoord: ‘om alle risico’s uit te sluiten. Ik geloof in mensen en ben niet zo bang voor risico’s. Soms hebben ouderen een gat in hun CV als ze er lang uit zijn. So what, als het gat niet te groot is leiden we ze op. Ouderen zijn loyaal en gaan niet snel weg. Jonge monteurs stappen op zodra ze hun opleiding af hebben. Dus wat is risico?’ Uit eigen ervaring weet hij dat arbeidsongeschiktheid een financieel risico is. Hij hoopt dat de politiek daar snel wat aan doet. Theo, fit en energiek, 70 jaar, heeft geen probleem met leeftijd. Er werken meer ouderen in zijn bedrijf. “En die werken,” volgens Theo, “met plezier en naar tevredenheid.” Hij kijkt naar mijn grijze kop en zegt, ‘zou u de hele dag thuis willen zitten?’ ‘Dat is niet mijn ambitie,’ zeg ik. ‘Nou dan!’ Ik hoop dat zijn nuchtere aanpak navolging krijgt. Hij doet het niet vanuit een sociale overtuiging. Het is een zakelijk visie gecombineerd met mensenkennis en verantwoording nemen die hem drijft om kansen te bieden aan oudere vakmensen. En dat is best uniek, net als Theo.

5 maart 2017